De beugels hebben invloed op de buigweerstand van betonnen liggers door het feit dat zij de hoek van de betondrukdiagonaal in het staafwerkmodel vergroten. Door de grotere hoek van de betondrukdiagonaal vermindert de drukkracht in de betonknoop af en neemt de restweerstand van de constructie toe.


In bijgaand voorbeeld is een betonnen sloof op twee steunpunten belast met een enkele puntlast van 500 [kN].


Er is een trekbandwapening van 4Ø25 (1963 [mm2]) aangebracht aan de onderzijde met een dekking van 50 [mm]. Na de berekening is duidelijk de scherpe hoek van de drukdiagonalen te zien. De hoek is ongeveer 23 [deg].

De optredende trekkracht in de wapening is MEd/z. MEd is 0.25 × 500 × (5.0 - 2 × 0.4 × 0.5) = 575 [kNm]. De hefboomsarm, z, wordt geschat op 900 [mm]. De optredende kracht, Ftd, is: 639 [kN]. De correspondeert met een staalspanning van sigma_s = Ftd × 1000 / As,tot = 639.000 / 1963 = 325 [N/mm2]. IDEA Detail rekent met een lagere staalspanning. Waarschijnlijk vanwege het feit dat onze aanname voor de waarde van de hefboomsarm, z, te conservatief geschat was. [Opm. de scheurvorming rondom/boven de trekband is excessief en in praktijk ontoelaatbaar.]

De maximale belasting die op deze wijze kan worden aangebracht is ongeveer 640 [kN]. In dit geval treedt er bezwijken van de betonknoop onder de puntlast op, terwijl de wapening nog niet volledig vloeit.

Wanneer we verticale wapening aanbrengen op 1.5 [m] vanaf de kopzijde van de sloof, dan is de ligger in staat om meer weerstand te ontwikkelen tegen buiging. Er zullen zich per zijde immers twee drukdiagonalen met een grotere hoek ontwikkelen. De betondrukspanning in de betonknoop wordt hierdoor lager en de trekwapening kan volledig uitgenut worden. De berekende weerstand in IDEA Detail is dan ook hoger.