Indien het rekenmodel van de constructeur bestaat uit een model, dat met een geometrische, fysisch (elastisch materiaal) en type (geen enkel druk of enkel trek) lineariteit berekend kan worden, dan is het zeer raadzaam om resultaatcombinaties te gebruiken in plaats van 'gewone' combinaties in RFEM. Voorbeelden van deze constructies cq. rekenmodellen zijn 2D stalen raamwerken, betonvloeren of balkroosters berekend volgens de Eurocode 2. Resultaatcombinaties worden via superpositie na de berekening samengesteld uit de belastinggevallen of -combinaties die gezamelijk de resultaatcombinaties maken.


Voorbeeld van een combinatie in een betonnen vloer


Zie ook het RFEM-bestand in de bijlage. De linkervloer heeft een variabele belasting t.g.v. een woonhuis (categorie 3A) en het rechter gedeelte een variabele belasting t.g.v. een kantoorruimte (categorie 3B).


De 'normale' belastingcombinatie BC4 bestaat uit het eigen gewicht, de blijvende belasting t.g.v. de belasting uit de afwerklaag en belasting t.g.v. een winkel. Elke belastinggeval heeft een eigen veiligheidsfactor, dat vermenigvuldigt wordt met de momentaanfactor psi_0. In totaal worden er voor de uiterste grenstoestand 16 belastingcombinaties gegenereerd en voor de bruikbaarheidsgrenstand - frequent 5 combinaties. 



Wanneer de constructeur geen superpositie toepast voor het samenstellen van combinaties, resulteert dit in een rekenmodel met 3 belastinggevallen en 21 belastingcombinaties, zie RFEM bestand (200a...). Omdat alle belastingcombinaties net als belastinggevallen door de Solver berekend worden, duurt de berekening 7x zo lang en is het RFEM-bestand misschien 7x zo groot. (Met Resultaatcombinaties: 1.2 Mb, Met Combinaties: 8.0 Mb (6.6 x zo groot). Het bestand (200b...) bevat een rekenmodel met enkel resultaatcombinaties. Door de resultaten van de omhullende combinaties in beide modellen te vergelijken zien wij dat de vervormingen exact gelijk zijn. Het is dus aan te bevelen om bij rekenmodellen waarbij een lineaire berekening kan volstaan, altijd resultaatcombinaties te gebruiken.


Echter: Indien een constructeur in bijvoorbeeld de normcontrole volgens de Eurocode 3, RF-STEEL EC3, of bij de wapeningsberekening volgens de EC2, exact wil weten welke combinatie leidt tot een bepaalde unity check of berekende wapening, dan dient de constructeur altijd de RFEM-combinaties toe te passen volgens voorbeeldbestand 200a_Combinaties in RFEM.rf5.